Over weer rechtkrabbelen

May 16, 2019

Ik ben thuis, 3 maanden al. Geen vakantie, jammer genoeg. Ik koos het verlof niet zelf. Mijn lijf koos het voor mij.

 

Zoals eerder gezegd: ik heb klierkoorts. En toen de dokter me dat in februari vertelde dacht ik spontaan: "Nie neute, nie pleuje." Ik had het best goed in mijn nieuwe job en ik wilde mijn hervonden drive niet verstoren. Ik wilde verder werken. Nog efkes. Doordoen.

 

En je raadt het al

 

Ineens ging het niet meer. Natuurlijk. Ik kon niet meer rustig worden. Mijn handen trilden, mijn hart klopte zich uit mijn lijf, ik kon niet slapen. Er knelde de hele tijd een elastiek rond mijn hoofd.

 

Ik voelde me elke dag een antilope op de savanne, hypergefocust, oren gespitst, op de uitkijk. Klaar om weg te spurten als het gras beweegt.

 

Ik stond vol adrenaline van de stress. Ik was doodmoe van de klierkoorts. En nu, 3 maanden later, ben ik hier nog.

 

Ik zit er middenin

 

En ik weet niet of ik hierover kan bloggen? Burn-out, of burn-out-restjes, of klierkoorts met stress of wat er dan ook met mij aan de hand is, dat lijkt iets waarover je schrijft als het gedaan is. Als een leermomentje, waaruit je sterker bent gekomen en waar je veel van hebt geleerd.

 

Zoals in dit soort tekstjes:

 

Tijdens mijn burn-out heb ik beseft dat…insert inzicht… Toen heb ik heel mijn leven omgegooid. En nu wil ik jou coachen om je beste zelf te worden en bezield te leven. Om helemaal in je kracht te gaan staan.” 

 

Dat zeggen al die mensen. En ik wens ze het toe, die post-burn-out-groei. Ik heb het trouwens ook zelf zo omschreven, in mijn eerste blogpost. "Dromer wordt doener!"riep ik trots.

 

Maar ik zit er weer middenin. De stress kwam terug en legde me lam. En mag ik daarover schrijven? Over de dagen waar tranen en snot zich vermengen. Over wanneer ge weet dat ge hier iets uit moet leren (want deze slimme professor heeft het gezegd.) maar ge hebt geen f*cking clou wat. Over hoe in bad zitten skrjim een vorm van besparing is. (hoi Flip, hartje)

 

 

Dus niet over het einde, maar over het middenstuk. Een soort second act waarvan ge niet weet hoe lang die zal duren. Ge loopt als door een woestijn, er zijn geen bakens, er is geen weg. Ge zoekt de verlossing, in alle hoeken en kamers van uw hoofd en hart. Ge zijt naarstig. Zonder pauze leest ge onderzoekt ge werkt ge aan uzelf. Ge yoga’t, mediteert, moestuiniert, wandelt en buikademt u te pletter. Niet meer beseffend dat al dat doorzetten en zoeken en werken u in de eerste plaats daar heeft gebracht. En ge leest verder en ge gaat op zoek naar de waarheid: waarom zijt ge hier, wat heeft u hier gebracht, waar is de mist begonnen, waar wilt ge nu naartoe? Na elke zin die ge zegt staat een vraagteken. (Behalve nu na deze, want niets staat vast behalve dat ge twijfelt.) Ge verliest u in het denken, ge krijgt er koppijn van, maar dat is goed. Want alles is beter dan dit te voelen. Ge wilt dit zo hard niet voelen.

 

Voila, dat waren de twee voorbije maanden op de moeilijke dagen. En ik wil die niet verstoppen.

 

Op de goeie dagen

 

en die zijn er ook, voel ik me als in een couveuse. Ik slaap er goed. Het is er lekker warm. Ik kijk naar buiten door het glas en ik wacht af. Tot ik weer mee kan spelen. Sterker en moediger en lichter.

 

Op die dagen kijk ik uit naar nieuwe dingen. Dan zet ik stappen om die dingen waar te maken. En dan zie ik mogelijkheden en een glimp van een toekomst waar ik zo veel zin in heb. Een beetje zoals deze antilope zin heeft in weer een mooie dag op de savanne.

 

 

Tot dan

 

rust, bouw, denk, droom en doe ik verder. Zonder te hard te hopen dat het allemaal snel voorbij zal gaan. Zonder te wanhopen dat het nooit voorbij zal gaan.

 

(Hoop moet ge dus eigenlijk goed kunnen doseren. Blijkbaar. Het is zoals zout. Een snuifje en dan meteen proeven. En dan nog wat toevoegen, indien gewenst.)

 

En ik ga op zoek naar goeie manieren om uit mijn hoofd te komen: ik ga kijken naar de babyfuutjes op de Franse vaart in Ledeberg. Ik bootcamp en wandel en stook kampvuurtjes met lieve vrienden. Ik ga naar de bib en lach met de wilde kinderen die daar de rust verstoren. En met de madammen die ze streng toespreken: “Het is hier geen speelplaats!” En maandag vertrekken we, woepie, naar Rome. Pasta en pizza elke dag. Pasta en pizza troosten altijd.

 

 De pluisbol-fuutjes op de vaart

 

En met u?

 

’t Is een tijdje geleden dat we elkaar lazen. Hoe gaat het met u? Ik hoop goed? Laat het me weten. 

 

En als het niet goed gaat, als ge der middenin zit, als ge last hebt van tranen en snot die zich vermengen (traansnot of snotraan, dus eigenlijk. Neen?) en ge nood hebt aan troost: ge zijt niet alleen. Ik ben hier ook, en velen met ons. Misschien helpt dit liedje eventjes? 

 

 "I had a premonition. It's all gonna be fine." En als Eels het zegt....

(@Ems, Eels, i know, dit is een ander mooi liedje voor jou :) xxx)

 

Anders, deel het zeker. Dat helpt soms. En nog een handige tip, bij La vita è bella in Ledeberg hebben ze de beste afhaalpizza's. Ze troosten altijd. 

 

Liefs en hartjes,

van je uitsteller

Please reload

Laatste nieuwe posts

June 26, 2019

Please reload

Archive

Please reload

Tags

Please reload